Sharon (21) wilde al langer iets met jongvolwassenen doen. ‘Zelf ben ik ook nog jongvolwassen, maar dat is juist mooi, want daardoor kan ik me echt inleven in anderen. En ik weet hoe het is om veel mee te maken.’

Haar thuissituatie was niet altijd leuk. ‘Ik had veel stress. Als er iets niet goed ging, dan wist ik niet hoe ik daarmee om moest gaan. Ik wilde van die negatieve gevoelens af. Op mijn dertiende merkte ik dat alcohol een prettig gevoel gaf. Dus als er een tegenslag was of ik me niet lekker voelde, dan ging ik drinken.’

Op haar zeventiende ging ze uit huis, samenwonen. ‘Toen mijn relatie uitging, stond ik op straat. Ik zat even bij mijn moeder, maar ik had mezelf helemaal niet meer in de hand, viel uit tegen haar. Nu is het genoeg, zei ze. Toen ben ik aan m’n problemen gaan werken. Eind 2018 zat ik in een afkickkliniek, daar kreeg ik de hele dag door therapie. Daarna ben ik geholpen aan een begeleidwonenplek. Het gaat steeds wat beter.’

Sharon kreeg veel hulp voor praktisch zaken: financiën, hoe ze gezond kon leven. ‘Maar dat ging ook niet altijd goed. Ik had het gevoel dat ze niet altijd keken naar wat er écht aan de hand is. Dat ik bijvoorbeeld veel aankwam door mijn medicijnen. Daar had ik hulp bij willen krijgen.’

Werken is lastig voor haar. ‘Ik heb nog steeds moeilijke, depressieve periodes. Maar ik ben blij als ik iets kan betekenen voor anderen. Ik help een huisgenoot, hij vraagt me hoe het zit met rekeningen, met andere dingen. Ik zie dat dat hem goed doet. Dat maakt me gelukkig. En nu help ik ook anderen, via Team GeestKracht. Zoveel problemen krijgen als ik, dat gun ik echt niemand. Niemand is hopeloos, iedereen is te helpen.’

'Zo veel problemen krijgen als ik, dat gun ik echt niemand. Niemand is hopeloos, iedereen is te helpen.'