• Hoe wij werken

    We werken programmatisch, voor zo veel mogelijk impact.

  • GeestKracht

  • Gezonde Toekomst Dichterbij

  • Jongeren INC

  • Klein Geluk

Zo maken wij het verschil

FNO werkt aan het vergroten van kansen op meer gezondheid, kwaliteit van leven en toekomstperspectief, omdat wij vinden dat een kwetsbare gezondheid een volwaardig leven niet in de weg mag staan. We werken hieraan via meerdere programma’s die vaak onderling synergie opleveren.

Lees meer over FNO’s werkwijze en waarom en hoe wij programmatisch werken:

  • 1. Kies een maatschappelijk vraagstuk

    Aan de keuze voor een programma gaat een zorgvuldige selectie vooraf. We onderzoeken de huidige situatie van verschillende groepen in een kwetsbare situatie in Nederland, wat zij als knelpunten ervaren, welke hulp zij nu al krijgen en waar hiaten zijn.

    Een moeilijk oplosbaar maatschappelijk vraagstuk waarbij langdurige betrokkenheid gewenst is, pakken we graag aan. De zelfstandige positie van FNO maakt dat wij langdurig en onafhankelijk kunnen werken aan zo’n vraagstuk en een voortrekkersrol kunnen pakken waar die voor andere organisaties (nog) niet is weggelegd.

  • 2. Maak de doelgroep onderdeel van het primaire proces

    We betrekken de mensen voor wie we iets willen betekenen continu bij onze programma’s. Dit begint al vóór de start van een programma. Wat vindt de doelgroep belangrijk? Elk programma heeft een doelgroeppanel, dat FNO adviseert over de richting en kader van het programma, bij de keuze van projecten en activiteiten, bij evaluaties en op andere belangrijke momenten. Een project komt slechts voor subsidie in aanmerking als de doelgroep zichtbaar aan de basis staat van de projectaanvraag.

    Ook andere belanghebbenden, zoals professionals en beleidsmakers, worden van meet af aan betrokken. Hiermee beogen we dat een verandering goed ondersteund wordt door iedereen die ermee te maken heeft.

  • 3. Investeer in een kwartiermakersfase

    Net zoals we het thema van een programma zorgvuldig kiezen, nemen we bewust de tijd om het programma vorm te geven. Dit doen we door gesprekken te voeren met ervaringsdeskundigen, wetenschappers, professionals en bestuurders, te leren van wat al eerder over het vraagstuk gezegd en geschreven is en geleerde lessen uit eerdere programma’s toe te passen. Zo komen we tot een programma dat aansluit bij een brede maatschappelijke behoefte.

  • 4. Richt je aanpak door te werken met een verandertheorie

    Met de input uit de kwartiermakersfase stellen we een verandertheorie op. In deze theorie beschrijven we onze droom, wát we in een programma willen bereiken en hóe we dat gaan doen. In een verandertheorie zijn de stappen zo geformuleerd dat verwachte veranderingen helder en navolgbaar zijn. Zo krijgen we inzicht in wat echt werkt en kunnen we dat aantonen met onderzoek. Dit helpt ons bij het sturen op zo veel mogelijk impact per euro.

  • 5. Evalueer en stuur bij van start tot eind

    Aan het eind, maar ook gedurende een programma, toetsen we wat we bereikt hebben aan onze verandertheorie. We willen zo precies mogelijk weten wat we bereiken en waardoor dat komt. Kloppen onze aannames? Wat lukt wel en wat niet?

    De bedoelde én onbedoelde gevolgen voor de doelgroep en de rest van de samenleving brengen we in kaart. En daar trekken we waardevolle conclusies uit, voor alle betrokkenen binnen het programma én voor de maatschappij.

  • 6. Deel kennis en inspireer

    We willen iets doen voor mensen in een kwetsbare situatie hier en nu, maar zijn in alle programma’s ook op zoek naar het antwoord op de vraag: hoe kunnen we knelpunten in de samenleving aanpakken? We organiseren daarom kennisdeling tussen alle mensen die bij een programma betrokken zijn.

    Daarnaast brengen we samen met hen de geleerde lessen en mogelijke oplossingen onder de aandacht van bestuurders en beleidsmakers. Zo kunnen we opgedane kennis en succesvolle interventies verdiepen, verspreiden en borgen én systeemfouten aanpakken. Om zo meer mensen te helpen dan alleen zij die hebben deelgenomen aan de projecten.

  • 7. Start direct met het werken aan borging

    Al in de kwartiermakersfase werken we aan de fase na afloop van het programma, ook al ligt die misschien wel tien jaar in de toekomst. Dit doen we bijvoorbeeld door bij het selecteren van projecten en activiteiten al te vragen naar hoe deze, als ze succesvol blijken, na afloop van het programma gedragen en gefinancierd worden. Ook het vanaf de start betrekken van de doelgroep en andere relevante stakeholders legt al een fundament voor de borging na afloop van het programma. Dit alles helpt ons bij het sturen op zo veel mogelijk impact.

    Dat is programmatisch werken bij FNO.

Een programma is meer dan de som der delen

Een programma bij FNO richt zich op een maatschappelijk vraagstuk dat past bij onze organisatiemissie. Elk programma heeft een hoger doel. Een ‘droom’ die je niet met één project of activiteit en ook niet via een vooraf uitgestippelde route kunt bereiken.

Daarom is een programma opgebouwd uit meerdere, met elkaar samenhangende projecten en andere activiteiten. Deze projecten en activiteiten zijn zo gekozen dat ze ieder elementen van een probleem aanpakken en elkaar versterken. De mensen en organisaties waarmee we werken ervaren we dan ook niet als klassieke subsidieontvangers, maar als partners met wie we toewerken naar onze gemeenschappelijke droom.

Onze programmateams sturen projecten waar nodig direct of indirect aan. Tevens organiseren zij activiteiten om de samenhang te bevorderen en de voortgang van het programma te waarborgen.

Programmatisch werken: onze programma’s verschillen van elkaar wat betreft doelgroep, doel en aanpak en daarom ook in looptijd en budget.