We moeten het even hebben over jongerenparticipatie. Ingewikkeld woord en wat zeggen we er nou eigenlijk mee? Moeten we allemaal meedoen? En waaraan eigenlijk? En wat als we niet willen, of er niet goed in zijn? En wie is ‘we’ eigenlijk? Ik? Maar ik weet helemaal niet wat jij van mij verwacht, welke ruimte ik heb, wat ik ervoor terugkrijg. Laat staan wat ík wil. En gaan we met het ingewikkelde woord jongerenparticipatie niet automatisch voorbij aan het doel? Het doet mij denken aan de naam voor de angst voor lange woorden: hippopotomonstrosesquippedaliofobie… haha.

We hebben ons verdiept in dit thema, wat een proces lijkt te zijn met fases. Fases die ik eerst niet herkende – want ‘ze’ moeten toch gewoon meedoen? Zo moeilijk kan het niet zijn. Maar terugkijkend op de afgelopen jaren en door veel gesprekken te voeren met projecten zijn er wel degelijk duidelijke fases zichtbaar. Ik neem onszelf graag als voorbeeld. Waar wij in het begin van het programma vonden dat jongeren of ervaringsdeskundigen overal bij moesten zijn, maar nog aan het zoeken waren hoe, sloeg dit een tijdje later door. Want we zaten overal bij! Terwijl ik overal aan tafel zat met onze jongeren, kwam ik tot de conclusie dat ik helemaal niet altijd wat te brengen of te halen had en ik soms, juist dan, een gevoel van minderwaardigheid kreeg. Altijd insluiten bleek juist uitsluiting.

Het duurde even voor dit inzicht binnenkwam en we onze oude overtuigingen gingen loslaten. Toen zijn we selectiever geworden: wanneer wel en wanneer niet? En met welk doel? Het voelde voor mij bijna een beetje gênant om terug te komen op onze eerste overtuiging, die we geframed hadden als “een gemiste kans”. Maar terugkijkend is dit juist een heel mooi en belangrijk proces en kan het niet anders gaan dan dit. Je moet altijd de uitersten voelen om het midden te kunnen ontdekken. Waar het ene uiterste was: geen jongeren betrekken, was het andere uiterste dat jongeren overal bij betrokken moeten worden. Beide bleken niet functioneel; dit vraagstuk vraagt om veel meer reflectie.

En dan heb ik het nog niet gehad over de volgende vraag die inmiddels in mijn hoofd zit: wanneer stel ik mezelf voor als ‘voorzitter’ en wanneer als ‘ervaringsdeskundige’? En kan dat ook veranderen? Wanneer dan en bij wie? Maar óók dat zal dan wel bij het proces horen ?

Noaz Asbroek, duo-voorzitter Team GeestKracht

Wil jij jouw ervaring met jongerenparticipatie delen?