Reshma Roopram
Programmaleider
Kats, eind januari 2026
Beste Albert,
Je vertelde me in de grote ziekenzaal van het Hopital Notre Dame à la Rose in Lessines met trots dat jouw moeder je vernoemde naar de eerste, goeie Belgische koning, ‘Albert’.
‘Naar een koning vernoemd; wie verzint zoiets in een gemeenschap van steenhouwers,’ zei je. Op mijn beurt vertelde ik aan jou dat ik een reis door Nederland zou gaan maken aan de hand van drie trefwoorden: gezinnen, gezondheid en armoede. Ik zou daarvan verslag doen in de vorm van reisbrieven.
De eerste twee reisbrieven waren gericht aan mijn opdrachtgever, een groot fonds wat overal in het land projecten ondersteunt voor gezondheid en gelijke kansen. De volgende brieven zal ik telkens richten aan iemand die ik eerder onderweg tegenkwam. Zo ontstaat een ketting van mensen die elkaar niet kennen maar wel verbonden worden door drie woorden in deze brieven: gezinnen, gezondheid en armoede.
Je vertelde dat Lessines een gemeenschap is van steenhouwers om een steengroeve. ‘Hier werden en worden uit de oude vulkanen kasseien gekapt, zwaar, hard werk. Niemand kent de namen van de mensen die dat werk verrichtten en in armoede leefden, generaties lang. En onze kasseien liggen overal, in Frankrijk, in Parijs, in Antwerpen, Brussel, zelfs in Holland.’
Ik heb je beloofd om aan het eind van mijn reis door Nederland naar Lessines terug te keren om die geschiedenis en de mensen te leren kennen en ze een naam te geven. Dat zal ik ook doen, maar nu eerst op reis; de eerste etappe brengt ons naar de Edelstenenbuurt in Alphen aan den Rijn, een plaats in het midden van de Randstad. Ik heb er afgesproken met Khalid, de wijkagent.
De Randstad zegt je natuurlijk niets; is het verstedelijkte gebied in het westen van Nederland, de provincies Noord- en Zuid-Holland. Er wonen in beide provincies bijna 6,4 miljoen mensen. De bekendste grote steden zijn Rotterdam, Den Haag, Leiden en Amsterdam. Tussen die steden liggen kleinere plaatsen waarvan Alphen aan den Rijn er één is. Het ligt aan weerszijden van de Oude Rijn, die hier naar de Noordzee meandert.
In 1973, een halve eeuw geleden, woonden in Alphen en in de omringende dorpen 34.570 mensen. Nu telt het meer dan 115.000 inwoners. In Alphen Noord wonen 10.000 mensen, verdeeld over 68 nationaliteiten. Maar het meest bijzondere is ongetwijfeld dat grote delen, vooral in Zuid-Holland, ver onder de zeespiegel liggen; op sommige plaatsen wel zes tot zeven meter! Elke dag zijn Hollanders druk in de weer met pompen en gemalen om ‘droge voeten te houden’.
In de trein vanaf Gouda naar Alphen aan den Rijn zie je die wonderlijke waterwereld heel nabij. Aan de ene kant van de trein zie je een sloot naast de spoorbaan en kijk je door het raam aan de andere kant van de trein, dan zie je in het verlengde van de sloot een andere watergang drie meter lager liggen. Hoe het mogelijk is weet ik niet, maar het is zo.
De Edelstenenbuurt in Alphen is een typische moderne Hollandse wijk uit de jaren zeventig van de vorige eeuw met rechte straten en aan weerszijden rijtjeswoningen met een voor- en achtertuin. Ieder huis lijkt op dat van de buren. De wijk wordt omringd door negen-verdiepingen hoge flats en aan één zijde begrensd door de Zegerplas, een meertje wat ontstond door zandwinning. Aan die kant van de wijk zijn de dure huizen gebouwd, bungalows met uitzicht over het water. Je vindt zulke planmatig ontworpen wijken uit die tijd overal in het land.
Wijkagent Khalid (48 jaar) haalt me met een politieauto op bij het station. Via het centrum rijden we in enkele minuten naar Alphen Noord. ‘De Edelstenbuurt is een brandpunt van grootstedelijke problematiek,’ legt hij uit terwijl we door de wijk rijden. Veel mensen zien we niet op straat. Het is echt koud vandaag; harde wind uit het oosten. ‘Er is hier veel armoede. Schulden, huiselijk geweld, drugs. Veel mensen leven van een uitkering; er zijn grote gezinnen met alleenstaande moeders. Mensen komen van overal. De wijk heeft een slechte naam.’
Khalid is een kleine, bescheiden man met ogen die vrolijk en vriendelijk de wereld in kijken. Niets ontgaat hem en dat is precies zijn kracht. ‘Ik ken iedereen, van jong tot oud,’ zegt hij. ‘Ik heb hier acht en een halfjaar gewerkt. Maar onlangs werd ik overgeplaatst naar een andere wijk. Dat is jammer maar ik kom hier nog graag even langs.’
Bescheiden als hij is, vertelt hij tussen neus en lippen door dat hij gisteren hier nog iets goed heeft kunnen doen. Een 67-jaar oude, alleenstaande Nederlandse man woonde in een vervuild huis. Hij liet niemand toe en wees elke hulp af. De vervuiling werd zo erg dat de rechter, met het oog op de bedreiging voor de volksgezondheid bepaalde dat zijn huis uiterlijk binnen zes weken zou worden ontruimd. ‘Gisteren lukte het me om met hem te praten en binnen te komen.’
‘Jan, een vuile bende; je kunt het niet geloven. Omdat de stortbak van zijn wc kapot was deed hij zijn behoefte naast de pot, al maanden. Er was binnen geen doorkomen aan. Ik heb in zijn bijzijn hulp ingeschakeld en ervoor gezorgd dat hij onmiddellijk ergens anders terecht kon; daar heb ik hem twee big bags met spullen en eten gebracht. Toen ik hem vroeg hoe het nou zo ver kon komen, vertelde de oude man dat hij geen afscheid kon nemen van zijn spulletjes en dat alles hem boven zijn hoofd was gegroeid. Maar gelukkig is het nu opgelost en kan het huis nu al worden ontruimd en schoongemaakt. Een opluchting voor de buurt en de oude baas kan opnieuw beginnen.’
Dan doemt de Diamantflat op, wel tweehonderd meter breed. Khalid rijdt stapvoets nu. Ik weet niet wat ik zie; het is een monument van gestolde verwaarlozing waarin kinderen moeten opgroeien. Dit wordt sociale woningbouw genoemd maar er is niets sociaals aan. Dit zijn beelden die men kent uit de voorsteden van Parijs en Londen. Verrotte, ongeverfde appartementen, gescheurde lakens voor balkons en ramen. Op straat, tussen geparkeerde auto’s, afgedankte meubels en opgehoogd huisvuil; alles is hier koud, kil en grauw. In de Lange Diamant leven generaties, jong en oud, die veelal elders op de wereld zijn geboren en vaak nergens houvast hebben. Het is de achterkant van een wereld van ieder voor zich en de macht van het geld.
‘Er is lang over gesproken om de Lange Diamant te slopen,’ legt Khalid uit, ‘maar het zijn flats voor grote gezinnen. Daar zijn er niet veel van. En nu is besloten om de Lange Diamant te renoveren.’ Er worden in alle appartementen nieuwe ramen geplaatst en tochtstrippen aangebracht. De entree aan de buitenkant wordt geschilderd en er worden steenstrips om de toegangsdeuren aangebracht om het uiterlijk te verfraaien. Voor de zomer van dit jaar moet de klus zijn geklaard.
Terwijl we doorrijden, langs een moestuin, en parkeren nabij het buurthuis de Mozaiek, ben ik uiterlijk rustig maar innerlijk woedend. Woningbouwstichtingen werden in de jaren negentig van de vorige eeuw verzelfstandigd. Bestuurders konden zich, net als in het onderwijs, gedragen als vorsten. En toch, hoe konden zij hier schaamteloos wegkijken en de boel welbewust zo laten verrotten? De huisvesting van de meest kwetsbare mensen? Zelfs het meest basale onderhoud werd verzaakt. Nu worden er nieuwe ramen aangebracht en tochtstrippen. Die bestuurders zijn mensen van mijn generatie; zij hebben uit eigenbelang en winstbejag kinderen laten opgroeien in deze verwoeste wereld.
Op de plaats van een voormalige school is een nieuwe gebouw gerealiseerd met aan de ene kant de voedselbank en aan de andere de Mozaïek. Om het gebouw spelen kinderen tikkertje; het is een eeuwenoud en vrolijk tafereel. Khalid neemt me mee naar binnen; hij wordt door iedereen hartelijk begroet en in de keuken, waar koffie klaarstaat, wordt hij uitbundig onthaald door de Antilliaanse moeders, die hier allerlei lekkers bereiden. We krijgen koffie en kleine warme zoete pannenkoekjes mee.
‘Ik ben hier zo graag,’ zegt Khalid als we een rustig plekje hebben gevonden in een hoek van het wijkgebouw. ‘Ik vind het een rijke wijk. Er zijn hier zoveel goede mensen en er gebeuren zulke mooie dingen. Je kunt hier echt het verschil maken; ik ben me bewust van dat ik ook niet alles altijd goed kan doen en dat leg ik ook uit aan de mensen. Maar wanneer je hun vertrouwen hebt, is veel mogelijk. Kijk, in de wijk woont een grote groep Somalische gezinnen, veelal alleenstaande vrouwen met veel kinderen. De vrouwen zijn gescheiden, spreken de taal niet, leven geïsoleerd en zijn afhankelijk van een uitkering. Toch is het gelukt om een groep van die moeders bij elkaar te brengen. Hier kunnen ze zich ontwikkelen.’
Beste Albert, ik moet het niet te lang maken. Daarom sluit ik nu af. In de volgende brief leg ik je uit wat de achtergrond is van Khalid en waarom zijn rol in de wijk zo cruciaal is. Dan zien we hoe complex de problemen in de wijk zijn en waar er perspectief te vinden is. Morgen schrijf ik je verder.
Hartelijke groeten van Jan Schuurman Hess
Binnen Samen Kansrijk en Gezond zijn we gestart we met een nieuwe verhalenserie: De brieven van Jan. Journalist en publicist Jan Schuurman Hess reist de komende periode door de gebieden om vast te leggen wat er speelt – zichtbaar én onder de oppervlakte.
Verhalen van mensen die het verschil maken. Soms vooraan, vaak juist op de achtergrond. Mensen die zien wat nodig is en daarnaar handelen.
Met deze reis brengen we een ander soort kennis in beeld. Geen cijfers of rapportages, maar verhalen die laten zien hoe verandering er van binnenuit uitziet. Daarmee sluiten de brieven aan op wat we ook in het programmaonderzoek zien, en maken ze voelbaar wat in de praktijk gebeurt.
De route van Jan loopt langs verschillende gebieden in Nederland. Van Heerlen-Noord tot Het Hogeland en van De Fryske Marren tot Den Haag.
De brieven die ontstaan zijn momentopnamen van een beweging. Samen vormen ze een tijdsdocument van Samen Kansrijk en Gezond. Op termijn brengen we deze verhalen samen.
Iemand die het verschil maakt in jouw gebied, zichtbaar of juist op de achtergrond?
Laat het ons weten, we brengen je graag met Jan in contact. –>