In 2011 maakte Jan Schuurman Hess een voettocht door Nederland. Doel: mensen ontmoeten, horen wat er speelt en de staat van onze sociaaldemocratie onderzoeken. Nu, vijftien jaar later, is het tijd voor een update. En dus gaat Jan opnieuw op ontdekkingstocht. Niet meer te voet, wel met dezelfde missie. ‘Ik wil horen wat er goed gaat én waar het schuurt.’
Een jaar lang gaat Jan (69) een dag in de week op reis naar plaatsen waar Samen Kansrijk en Gezond projecten ondersteunt op het gebied van gezinnen, gezondheid en armoede. ‘Ik ben heel benieuwd naar het effect van die projecten, dus ik wil praten met de mensen die ze uitvoeren en degenen voor wie ze zijn bedoeld,’ vertelt hij.
Maar daar stopt het niet: Jan gaat ook de wijk in om poolshoogte te nemen en de sfeer te proeven. ‘Ik spreek mensen op straat aan, want ik wil weten: wat leeft hier? Wat maken mensen mee? Zo probeer ik de tijdgeest te vangen en voelbaar te maken wat er belangrijk is in verschillende regio’s.’
Zijn ervaringen deelt hij in briefvorm, net als de vorige keer. ‘Daarbij heb ik geen specifieke lezer in gedachten: ik schrijf aan iedereen die het wil ontvangen. En ik hoop dat ik aan het eind van het project een soort vertrouwde vriend kan zijn voor wie mijn brieven gelezen heeft.’
Hoe doe je dat vandaag de dag eigenlijk, ‘zomaar’ in contact komen met mensen op straat? Daar heeft Jan zo zijn manieren voor. ‘Het kan zo simpel zijn als de weg vragen. Dat doen mensen tegenwoordig bijna niet meer, door de komst van smartphones. Maar het is een heel mooie manier om contact te maken.’
De twee sleutelwoorden van zijn reis: tijd en aandacht. ‘Dat vind ik heel belangrijke dingen in deze wereld van computers,’ aldus Jan. ‘Tijd en aandacht zijn onbetaalbaar in een samenleving waarin geld en efficiëntie leidend zijn. Ik vind het dan ook heerlijk dat ik dit mag doen. Het is een groot voorrecht om te luisteren naar verhalen van mensen.’
Net als vele anderen maakt Jan zich regelmatig zorgen over de staat van de wereld. ‘De tegenstellingen in de samenleving zijn nóg groter dan vijftien jaar geleden,’ zegt hij. ‘Al was het toen ook niet best. Maar ik vind ook altijd weer lichtpuntjes en tekens van hoop.’
Daarvoor kijkt hij onder andere naar de jongere generatie. Die zijn volgens hem minder bezig met het individu dan zijn leeftijdsgenoten. ‘Ik zie bij de generatie van mijn kinderen, twintigers en dertigers, veel gemeenschapskracht. Het zijn de jongeren die zeggen: we kijken naar elkaar om. We moeten wel. Daar put ik hoop uit.’
Binnenkort kun je hier de eerste brief van Jan lezen.