In het Gezinspanel zitten mensen die kijken en spreken vanuit eigen ervaring.

‘Mijn naam is Sanne Waagen, ik ben 51 jaar en woon in Amsterdam-Noord. Ik heb twee zoons van 21 en 26, van wie de jongste nog thuis woont. Alle drie hebben we ADHD en een vorm van autisme. Door die ADHD gaat mijn hoofd altijd door. Ook ’s nachts. Dat is soms heel vermoeiend.

Ik werk drie dagen per week als praktijkondersteuner somatiek en ouderenzorg. Het andere gedeelte van mijn werktijd ben ik afgekeurd, omdat ik kanker heb gehad. Lange tijd was ik helemaal afgekeurd en dat vond ik niet fijn. Ik wilde heel graag werken, maar pas na tien jaar zeuren bij het UWV mocht ik me omscholen naar een zittend beroep.

In die tijd heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan bij de Voedselbank en in een buurthuis. Via-via kwam ik zo ook bij het Gezinspanel terecht van het FNO-programma Samen Kansrijk en Gezond. Ons panel beoordeelt projectaanvragen en probeert de kloof tussen ambtenarij en de mensen om wie het gaat te overbruggen.

Want wat ambtenaren hebben geleerd, sluit vaak niet aan bij hoe het daadwerkelijk in het leven gaat. Er wordt heel strikt naar de regels gekeken en te weinig naar het individu. Ik snap dat je als ambtenaar honderdduizend dingen op je bord hebt, maar waarom is die papieren rompslomp belangrijker geworden dan menselijkheid?’

‘Jaren geleden was er een politicus die zelf een dochter met een beperking had. Toen merkte je meteen verschil.’

‘Beleidsmakers willen wel, maar ze snappen het niet écht. Want ze hebben nooit zelf in die situatie gezeten. Jaren geleden was er een politicus die zelf een dochter met een beperking had. Toen merkte je meteen verschil. Eigenlijk zou ik willen dat alle politici zelf eens een half jaar in een krappe woning gingen wonen en leven van een uitkering. Kijken of ze dan nog hetzelfde over bepaalde dingen denken.

In het Gezinspanel zitten mensen die kijken en spreken vanuit eigen ervaring. Inmiddels leef ik niet meer in armoede, maar ik heb weleens twee jaar lang geen groenten en fruit gegeten. Het beetje dat ik van de Voedselbank kreeg, ging naar mijn kinderen. Dan denk ik: daar is toch echt iets fout gegaan. Ik begrijp niet hoe in zo’n rijk land als Nederland zoveel mensen gebruik moeten maken van een voedselbank, dat er zoveel kinderen in armoede opgroeien.

Gelukkig zie ik veel gemeenschapskracht in de projectaanvragen die het Gezinspanel beoordeelt. Het begint vaak bij een goed idee: iemand heeft iets geconstateerd in zijn of haar wijk, en wil daar iets mee. En wat er dan ontstaat, vind ik echt zó mooi om te zien. Hoe blij mensen daarmee kunnen zijn. Wat het met ze doet. Ze zijn niet meteen uit de armoede, maar het feit dat ze ergens terecht kunnen, betekent al heel veel.’

'Het begint vaak bij een goed idee. En wat er dan ontstaat, vind ik zó mooi om te zien.'