Kijk niet alleen naar de cijfers, ga naar de praktijk.

‘Ik ben Jacqueline, 47, en ik woon in een pittoresk oud stadje met maar 700 inwoners, samen met mijn dochter van 14 en drie katten. Er is hier helemaal niks, en dat vind ik heerlijk. Ik ga om de week naar de Voedselbank, en kan het goed vinden met de voorzitter. Via haar ben ik terechtgekomen bij het Gezinspanel van Samen Kansrijk en Gezond.

Een van de dingen die we als panelleden doen is het beoordelen van projecten die subsidie aanvragen. Samen Kansrijk en Gezond is in de positie om projecten met geld te ondersteunen. Ik vind het mooi dat mensen met ervaringskennis, zoals ik, heel serieus bekijken welk project daar het meest voor in aanmerking komt. Zodat niet alleen programmamedewerkers dat bepalen, maar ook mensen die zelf in een moeilijke situatie gezeten hebben. Wij kunnen zeggen: “Heb je hieraan gedacht? Heb je daar rekening mee gehouden?” Ik vind dat ontzettend leuk om te doen. Het prikkelt me en daagt me uit om kritisch na te denken.

Ons advies verschilt wezenlijk van het advies dat beleidsmakers zouden uitbrengen. Die zijn denk ik niet in de positie om zich daadwerkelijk te verplaatsen in de situatie van de mensen om wie het gaat. En dat maakt een enorm verschil. Mijn boodschap aan politici is dan ook: luister naar de mens. Niet via-via, ga een kop koffie drinken met de mensen zelf. Kijk niet alleen naar de cijfers, ga naar de praktijk.’

‘Neem een paar minuten per dag voor mensen die je niet kent.’

‘Mijn persoonlijke expertise is gezinnen waarin kinderen het zwaar hebben door moeilijke relaties tussen de ouders. Dat komt helaas door mijn eigen ervaring. Ik was twintig jaar samen met de vader van mijn dochter, maar ik ben behoorlijk blind geweest. Die man was zwaar narcistisch. Uiteindelijk vond hij een ander en werd het een vechtscheiding. Daar heeft mijn dochter heel veel last van gehad, hoezeer ik ook heb geprobeerd om haar erbuiten te houden. Als er nu dus een project voorbijkomt over de geestelijke gezondheid van kinderen, dan hebben ze aan mij een hele goeie.

Ik doe dit werk in de eerste plaats voor anderen, maar het is ook iets dat mijzelf helpt. Ik ben volledig afgekeurd om te werken, maar op deze manier kan ik me toch nuttig maken voor de samenleving, en weer een beetje omhoog krabbelen op de ladder.

We moeten elkaar helpen. Ik vind gemeenschapskracht heel belangrijk, ook omdat ik zelf in zo’n kleine gemeenschap woon. Maak eens een praatje met de buurman. Draag een tas boodschappen voor die oudere dame. Neem een paar minuten per dag voor mensen die je niet kent. Het kost geen cent, en er komt ook een moment dat jij iemand anders nodig hebt.’

'Wij kunnen zeggen: "Heb je hieraan gedacht? Heb je daar rekening mee gehouden?"'