‘Ik ben Babette. Ik ben 40, heb een zoon van 19, en ik zet me in als ervaringsdeskundige voor mensen in een kwetsbare situatie. Dat doe ik al jaren bij de Tussenvoorziening, een organisatie voor maatschappelijke opvang, en sinds vorig jaar ook bij de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Daarnaast maak ik sinds kort deel uit van het Gezinspanel van Samen Kansrijk en Gezond.
Zelf kom ik uit best een ontwricht gezin en werd ik jong alleenstaande moeder. Mijn zoontje kreeg op 4-jarige leeftijd lymfatische leukemie, dus ik moest zorgen voor een chronisch ziek kind, en bovendien had ik geen woning. Doordat ik een fout maakte met strenge huurregels kreeg ik de gemeente en woningcorporatie achter me aan. Ze bestempelden me als fraudeur en dan gaan alle deuren ineens voor je dicht.
Het heeft uiteindelijk negen jaar geduurd voor ik een woning kreeg. Een periode waarin ik straatangst ontwikkelde en geen opleiding kon afmaken. Dat is pas gelukt na m’n dertigste, maar nu heb ik een mbo- en hbo-diploma in ervaringsdeskundigheid en onlangs de Academie voor de Rechtsstaat van de Universiteit Leiden afgerond.’
‘Binnen organisaties is die functie van ervaringsdeskundige soms echter nog lastig. Niet iedereen wil er ruimte voor creëren, of ze weten er niet goed raad mee. Mensen met een achtergrond als ik moeten niet alleen een vinkje zijn, want het gaat om de inhoud. Ik heb veel kennis als het gaat over dakloosheid en het systeem en de bureaucratie die daaraan vasthangen. Maar het vergt als organisatie durf om dat soort kennis in te zetten.
Bij het Gezinspanel voelde dat meteen goed. Daar halen ze mensen met ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid binnen en gaan er ook direct mee aan de slag, met heel veel passie en energie. Dat is hoe ik het graag overal zou zien. Ik wil dat iedereen gelijkwaardig aan dezelfde tafel zit. Dat we niet meer óver mensen praten, maar mét. En nog een stap verder: niet alleen praten, maar ook daadwerkelijk beleid maken samen met de mensen om wie het gaat.
Toen ik door Samen Kansrijk en Gezond werd uitgenodigd voor het Gezinspanel noemden ze mij een “dwarsdoener”. Ik moest even lachen en slikken. Jarenlang werd ik afgerekend op mijn kritische vragen en mijn: “Waarom dan?” In het panel werd die kant van mij juist omarmd. Je moet nou eenmaal als luis in de pels fungeren. Zo zie ik mezelf ook. Maar ik sla ook graag bruggen. Tussen mensen, en tussen de leef- en systeemwereld van die mensen. En daarin zijn we goede stappen aan het zetten.
Ooit was ik misschien een vinkje, maar inmiddels voel ik me echt gehoord. En anders láát ik me wel horen…’