‘Mijn naam is Aya Belhadji. Ik ben 21 jaar, studeer bedrijfskunde en woon samen met mijn ouders, twee broers en twee zusjes in Vlaardingen, waar ik geboren ben. Ik werk als finance controller en als helpende in de ouderenzorg. Ook ben ik lid van het Gezinspanel van Samen Kansrijk en Gezond.
Ik ben de oudste dochter in een Marokkaans gezin, en daar komt een bepaalde druk bij kijken. Als puber was ik veel bezig met vragen als ‘hoe zit de wereld in elkaar, en wat is mijn rol daarin?’ Je leeft eigenlijk in twee werelden. In de Nederlandse cultuur word je als ‘anders’ gezien, maar in de Marokkaanse ook, omdat je daar niet opgegroeid bent.
Omdat je nergens écht bij hoort, moet je dus je eigen plek vinden en voor jezelf bepalen welke normen en waarden je overneemt. En soms botst dat met die van je ouders, of van andere mensen om je heen. Dan moet je een middenweg zoeken. Daar heb ik veel van geleerd. Ik kan nu goed dingen vanuit meerdere perspectieven bekijken. Dat gebruik ik onder andere in mijn werk voor het Gezinspanel.’
‘Ons panel bestaat uit mensen die ervaringskennis hebben over bepaalde onderwerpen, en die inzetten om anderen te helpen. We beoordelen projectaanvragen die binnenkomen bij het programma en denken mee over beleid. Ik heb het idee dat er door beleidsmakers te veel over mensen heen wordt gepraat. Het gaat om pionnetjes, in plaats van dat er geluisterd wordt naar verhalen. Op die manier komt er soms een ‘oplossing’ van bovenaf voor een probleem dat niet helder is, of niet eens écht speelt.
De echte oplossing ligt voor mij heel vaak in de dialoog. Ik had ooit een cliënt in de ouderenzorg die niet door mij geholpen wilde worden omdat ik een hoofddoek draag. Dat is heftig, maar het is vooral een stukje onbegrip. Ik ging met deze vrouw in gesprek, en gaf aan dat ik snapte dat deze situatie voor haar ook lastig kon zijn. Tegelijkertijd vond ik het belangrijk om duidelijk te maken dat ze niet altijd kan kiezen door wie ze geholpen wordt. Door dit gesprek werd de situatie rustiger, en verliep het contact een stuk beter.
Ook beleidsmakers zou ik op het hart willen drukken om écht het gesprek aan te gaan, in plaats van dingen in te vullen. Ik snap dat je als politicus geen tijd hebt om met iedereen te praten. Maar het Gezinspanel is daarin een goede eerste stap. Ik hoop dat politici onze hulp in de toekomst meer inschakelen. Want niet iedereen die een verhaal heeft, kan dat ook goed vertellen. Het Gezinspanel is als een microfoon die de stemmen uit diverse gemeenschappen versterkt.’