Toen haar zoon in crisis belandde, merkte Charlotte van den Akker hoezeer goede ondersteuning afhankelijk kan zijn van toeval. Als programmaleider van het FNO-programma Ruimte voor Geestkracht wil ze dat fundamenteel veranderen. Samen met jongvolwassenen en partners bouwt ze aan structurele oplossingen in een tijd waarin bijna de helft van de jongvolwassenen zich mentaal slecht voelt.
‘Het was een intense en angstige tijd. Ik kon hem op een gegeven moment niet meer alleen laten,’ vertelt Charlotte. Ze schetst een moeilijke periode waarin haar zoon worstelde met depressie en verslaving. ‘We zaten al jaren in allerlei hulpverleningstrajecten. En toen het voor mijn zoon helder was welke hulp hij nodig had, moesten we opnieuw op een wachtlijst voor een half jaar, terwijl de situatie onhoudbaar was. Onverwacht kregen we een belletje dat hij eerder terechtkon. Dat was geluk. En ook pure mazzel dat hij toen de soort hulp kreeg die goed uitpakte. Ik weet: voor zoveel anderen komt dat belletje niet op tijd en vallen de puzzelstukjes niet goed.’
Het is precies die ervaring die voor Charlotte de urgentie van verandering onderstreept. Want het verhaal van haar zoon is niet uniek. Mentale problemen onder jongvolwassenen nemen schrikbarend toe: waar in 2018 nog 23% zich mentaal matig tot slecht voelde, is dat in 2024 al 49%. Wachttijden lopen op, professionals zijn schaars en het huidige zorgsysteem piept en kraakt. Dan is het belangrijk dat je én terecht kunt voor hulp als dat nodig is én dat je niet onnodig medicaliseert. ‘Wanneer je niet lekker in je vel zit – wat natuurlijk wel eens kan gebeuren in je leven – gaan we al snel naar de huisarts en wordt het misschien een medisch probleem. Hoe fijn is het als je bij je omgeving terecht kunt en zij je helpen om te gaan met een situatie waarmee je worstelt? En je misschien wel ruimte geven om te accepteren dat het vervelende gevoel er mag zijn? Dan heb je sneller hulp en scheelt dat een hoop vraag aan het zorgsysteem.’
Voor die mensen die echt hulp nodig hebben is de blik te veel op één probleem gericht. Charlotte: ‘We behandelen mentale gezondheid nog te vaak alsof het een rechtlijnig zorgprobleem is met een snelle oplossing. Maar mentale problemen zijn vaak verweven met schulden, huisvesting, onderwijs, sociale druk, bestaanszekerheid. Het zijn wicked problems – complex en onvoorspelbaar. Ons systeem is daar niet op ingericht.’
De afgelopen vijf jaar investeerde FNO met het programma GeestKracht in meer dan veertig initiatieven die de mentale gezondheid van jongvolwassenen versterkten. Daarmee werden 173.000 jongvolwassenen bereikt en een krachtig jongvolwassenenpanel opgebouwd. Nu is het tijd voor de volgende fase.
Ruimte voor Geestkracht (2025-2035) bouwt voort op die basis, maar maakt de stap naar structurele verandering. Met een looptijd van tien jaar wordt niet langer alleen geëxperimenteerd in pilots, maar actief gezocht naar duurzame verankering. Charlotte: ‘Alleen geld geven is niet genoeg. Je moet ook de systeemblokkades wegnemen. Dat vraagt ruimte: tijd, geld, vrijheid en autonomie. Pas dan kan er echt iets verschuiven.’
De ambitie van Ruimte voor Geestkracht is groot: jongvolwassenen alle ruimte geven om mentaal gezond te zijn, te worden en te blijven. Daarvoor zijn fundamentele verschuivingen nodig. Bijvoorbeeld van crisisopvang naar preventie en veerkracht, maar ook van losse eilanden naar sterke netwerken en van besluiten over jongvolwassenen naar besluiten mét jongvolwassenen.
In vijf regio’s worden duurzame netwerken gefinancierd waarin zorg, welzijn, onderwijs en gemeenten samen optrekken. Niet gefinancierd met losse subsidies, maar met transitie- en resultaatfinanciering, die samenwerking beloont. Tegelijkertijd werkt het programmateam met landelijke partijen – van verzekeraars tot ministeries – aan nieuwe spelregels en bekostiging.
Die aanpak vraagt lef, benadrukt Charlotte, van alle betrokkenen. ‘Bestuurders en beleidsmakers moeten stappen zetten in het niet-weten. Durven erkennen dat mentale problemen niet in één hokje passen en dat samenwerking met jongvolwassenen essentieel is. Het vraagt moed om te experimenteren en samen te leren wat werkt, zonder dat je alles van tevoren al bedacht hebt met een grote set KPI’s.’
Jongvolwassenen zijn niet alleen onderwerp van beleid, maar ook mede-eigenaar van de oplossing. Team Geestkracht – een groep van twintig diverse jongvolwassenen – vormt het kloppend hart van het programma. Zij denken en beslissen mee én helpen bij het opzetten van de participatie van jongvolwassenen in de diverse regio’s. Charlotte: ‘Hun perspectief houdt ons scherp. Zij zorgen dat we geen oplossingen bedenken die misschien op papier werken, maar dat we oplossingen bedenken die echt aansluiten bij het leven van jongvolwassenen.’
Met de zoon van Charlotte gaat het nu weer goed. Maar de periode die zij samen doormaakten maakt haar werk bij Ruimte voor Geestkracht meer dan gewoon ‘een baan’. Het is een persoonlijke missie. ‘Ik weet hoe het is om machteloos aan de zijlijn te staan en te hopen dat er op tijd hulp komt. Niemand zou afhankelijk mogen zijn van geluk om goede ondersteuning te krijgen. Daarom wil ik bijdragen aan een systeem dat recht doet aan de werkelijkheid van jongvolwassenen, met al hun uitdagingen en dromen.’
Meer weten over Ruimte voor Geestkracht of zelf een bijdrage leveren?