Wandelgesprek van Victorine en Ann

  • Bekijk de video

Verantwoordelijkheid nemen in het moment

In Victorine’s ogen is herijken ook een vorm van verantwoordelijkheid nemen. Je moet niet alles zelf willen oplossen of controleren. Maar erken: soms is het jouw taak om het moment te markeren. Wanneer een gesprek vastloopt, een samenwerking stokt of de energie uit een groep verdwijnt, kun je niet wachten tot iemand anders het benoemt. Richting geven betekent dan dat jij degene bent die zegt: zo gaat het niet, laten we opnieuw kijken hoe we verder kunnen.

Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het lastig. Leidinggevenden zitten vaak op analyseniveau: ze kijken naar het proces. Daardoor reageren ze soms later dan iemand die volledig in het moment zit. Victorine kent dat verschil goed uit het theater: als acteur ben je gefocust op je eigen rol, terwijl je als regisseur juist overzicht houdt. Richting geven vraagt om beide. Soms stap je naar voren en benoem je wat er gebeurt; soms doe je juist een stap terug en laat je ruimte voor anderen.

Liever tien keer fout dan in één keer perfect

Ook durven oefenen is richting geven. Op een toneelschool is repetitie de norm: je probeert iets en het mag tien keer fout zijn. Daarmee ontdek je hoe het werkt. Victorine zegt dat ze dat iedereen gunt: ‘Durf gewoon al die vragen te stellen en al die fouten te maken.’

Ann vat het samen: liever iets proberen dat misgaat, dan eerst volledig uitdenken hoe het perfect zou zijn. Victorine stemt in: ‘Je kan toch helemaal niets in één keer? Je leert pas door te doen, te ervaren en te reflecteren.’ Ze verbindt dit aan een trend die ze steeds vaker ziet: mensen die het vooral ‘goed’ willen doen. Ze vertelt over studenten die feedback meteen vertalen naar falen: ‘Dan heb ik het dus niet goed gedaan.’ Terwijl haar bedoeling is: je bent aan het leren. ‘Het is nog niet goed. Maar ik denk dat je hier meer van leert dan als ik had gezegd: je hebt een 8. Want dan was het leren gestopt.’

Daar raakt ze aan iets groters: in organisaties verwarren we vaak beoordeling en ontwikkeling. Richting geven vraagt dat je ontwikkeling ruimte geeft én dat die ruimte wordt gepakt. Niet alles hoeft meteen af. Niet alles hoeft meteen ‘goed’. Soms moet je het vooral dóen en dan bijsturen.

  • Neem verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt in het moment

    Als je merkt dat een gesprek, presentatie of samenwerking niet werkt, benoem dat. Wacht niet tot iemand anders dat doet. Even stoppen en opnieuw afspreken hoe je verdergaat kan precies zijn wat nodig is om weer beweging te krijgen.

  • Bekijk wat je zelf kunt veranderen

    Je hoeft niet alles te kunnen oplossen om richting te geven. Begin bij wat binnen jouw invloed ligt: wat kun jij anders doen, benoemen of in beweging zetten?

  • Bewaak de richting, niet elke stap

    Leidinggeven betekent niet dat jij alles moet bepalen. Juist door ruimte te geven aan anderen kan het resultaat beter worden dan wat je zelf had bedacht. Te veel sturen kan eigenaarschap bij anderen wegnemen. De kunst is verantwoordelijkheid dragen voor het geheel, zonder alles zelf te willen doen.

  • Maak oefenen normaal

    Nieuwe ideeën, nieuwe samenwerkingen of nieuw gedrag zijn zelden in één keer goed. Proberen, feedback en bijstellen horen erbij.

Benieuwd naar de andere richtinggevers?