Leiderschap begint bij deze vraag:
Hoe creëer je een wereld waar mensen bij willen horen?
Wat doe je als je merkt dat de ruimte om te besturen steeds kleiner wordt? Jarenlang stond Pieter Bregman aan het roer van woningcorporatie Nijestee in Groningen. Nu is hij toezichthouder bij verschillende organisaties. In deze aflevering van Hoe geef jij richting? wandelt Ann Kusters met hem door ‘zijn’ Drentsche Aa. Ze praten over richtinggeven in een wereld vol regels, maar ook over de risico’s van een te defensieve bestuurscultuur en nog veel meer.
Wil je horen hoe leiderschap klinkt als regels knellen, maar menselijkheid centraal blijft staan? Wandel mee met Ann en Pieter. Luister helemaal tot het einde, want na de outro-muziek wacht nog een verrassing. Meer luisteren van Pieter? Dat kan hier.
Ann Kusters ging in gesprek met Pieter Bregman over leiderschap, regels en de waarde van ontmoetingen.
Ann ontmoet Pieter Bregman voor een heerlijke wandeling. Zijn ontspannen houding verraadt het al: bij Pieter draait leiderschap niet om controle, maar om menselijke nabijheid. In de podcast vertelt hij over een uitspraak die hem gevormd heeft: ‘Leadership is creating a world to which people want to belong.’ Het is het uitgangspunt dat hij meeneemt in alles wat hij doet. In teams, in organisaties en in wijken, waar hij in al zijn jaren bij verschillende woningcorporaties veel ervaring mee heeft opgedaan. ‘Je wilt dorpen en buurten waar mensen gewoon graag bij horen,’ zegt hij.
De wereld van de woningcorporaties is de laatste jaren sterk verschoven richting compliance, oftewel: werken volgens de regels. Met de woningwet van 2015, de verhuurderheffing en aangescherpte toezichtkaders werd de speelruimte van corporaties steeds kleiner. Een trend die je ook in andere sectoren ziet. Pieter zag hoe organisaties risicomijdender werden. ‘Je bent als bestuurder tegenwoordig meer een soort parkeerwachter dan dat je echt ondernemend kunt zijn ten gunste van de mensen waar je het voor doet.’
Het is precies die knelling waardoor hij uiteindelijk stopte als bestuurder. Toch ziet hij dat er nog wel ruimte is. ‘Het is binnen de regels mogelijk om te doen wat nodig is. Corporaties moeten alleen hun armslag weer nemen.’ Zijn oproep aan bestuurders en toezichthouders is helder: breng visie, breng ondernemerschap. Dus niet alleen juridische zekerheid, maar ook lef.
Tijdens de wandeling komt de rol van volkshuisvesting als motor voor gezondheid en welzijn meerdere keren terug. Pieter wijst op de ongelijkheid tussen wijken: ‘In sommige noordelijke stadswijken in Groningen is de levensverwachting gemiddeld twaalf jaar korter dan aan de zuidkant van de stad.’ Slechte leefomstandigheden versterken elkaar.
Voor hem is dat bewijs dat wonen méér is dan huisvesting. Het is preventie: van slechte gezondheid, van eenzaamheid, maar ook van bestaansonzekerheid. De oplossing? Gemengde wooncomplexen, met een mix van huur en koop, waar verschillende groepen samenleven – arm en rijk, jong en oud, maar ook statushouders en mensen met een beperking – en elkaar in het dagelijks leven tegenkomen. ‘Ongelooflijk goed idee,’ zegt hij daarover. Schrijf het op de voorpagina van alle kranten, is zijn oproep. Deze plekken bouwen aan gemeenschapszin én bieden steun. Iets wat pas zichtbaar wordt als je niet alleen in doelgroepen denkt, maar in leefgemeenschappen.
Pieter refereert aan een onderzoek waarin geluk vaak meer afhangt van korte, oppervlakkige ontmoetingen dan van diepe gesprekken. Zo wordt je, aldus dat onderzoek, gelukkiger van meerdere ’toevallige’ ontmoetingen, bij de bakker, op straat of bij de bushalte, dan van één lang gesprek.
Dat besef verandert hoe je kijkt naar de rol van bestuurders: goede wijken, bedrijven en organisaties zijn ontmoetingsplaatsen waar mensen elkaar vanzelf tegenkomen. Een zitje, een boom, een buurtsuper of een simpele appgroep met vraag en aanbod van klusjes in het dorp kunnen meer betekenen dan een beleidsplan. Het is het faciliteren van dat gevoel van ergens bij horen: sense of belonging, dat volgens Pieter centraal zou moeten staan in leiderschap.
Het gesprek verschuift van systemen naar de vraag: wat kun je zelf doen? Het zijn de kleine dingen in je directe omgeving. Pieter verwijst naar een vriend die een gemeenschappelijke moestuin startte in zijn dorp. Zelf gaf hij onder andere taalles aan asielzoekers in zijn dorp en interviewde hij mensen met Parkinson en dementie. Hij schreef daar liedjes over, omdat veel mensen uit ongemak wegblijven bij mensen in zo’n situatie. ‘Het is belangrijk om te duiken in wie iemand is en wat iemand meemaakt,’ zegt hij.
Ook diversiteit in zijn werk leert hem veel: samenwerken met mensen met een fysieke of visuele beperking, met een migratieachtergrond of met ervaring met armoede, levert zakelijke organisaties veel waardevolle lessen op.
Leiderschap oefent Pieter ook buiten zijn formele rol: als zanger en als vrijwilliger bij een jeugdteam. Situaties waarin hij geen formele macht heeft, maar wél richting kan geven. ‘Dat vind ik heel leerzaam,’ zegt hij. Precies omdat je daar voelt hoe het is om te beïnvloeden zonder machtspositie.
Benieuwd naar de andere richtinggevers?