De hype van het 'onge-virus': waarom haast zo verleidelijk is
Felienne staat bekend om haar kritische houding richting AI in het onderwijs. Niet omdat ze tegen technologie is, maar omdat ze tegen ‘ongeveer goed’ is. Ze beschrijft hoe onderwijsinstellingen in de reflex schieten: ‘We moeten het nu invoeren, want anders lopen we achter.’ En dat vindt ze vreemd voor organisaties die zeggen dat ze evidence-based werken. Haar vraag is simpel: kunnen we het gebruik van AI invoeren ‘op basis van wetenschappelijk onderzoek (…) naar het effect van AI op studenten?’
Die vraag lijkt redelijk, maar roept weerstand op, juist omdat het dominante verhaal zo sterk is: wanneer we traag handelen, lopen we achter. Felienne prikt dit beeld van achterlopen door en legt een patroon bloot dat mensen herkennen: als de druk oploopt (bezuinigingen, schaarste, reputatierisico), worden snelle oplossingen aantrekkelijk. In het hoger onderwijs, zegt ze, speelt ook de angst om ‘ouderwets’ te lijken en daarmee legitimiteit of budget te verliezen.
Maar wat is die legitimiteit eigenlijk? Is onderwijs slechts een kwalificatie, een keurmerk dat je iets beheerst? Of is het onderwijs er ook voor persoonlijke ontwikkeling? ‘Om jou tot een goed mens te helpen vormen?’ Wat je ziet als het verwachte resultaat van onderwijs bepaalt hoe je naar technologie kijkt. Als jouw kernopdracht gaat over kritisch denken, menselijkheid en ethiek, dan hoort daar een andere digitale houding bij dan meedoen omdat iedereen het doet.
De zwakke plek: digitale onmacht en slechte software
Felienne is niet blind voor de reden waarom AI zo snel omarmd wordt. Grote techbedrijven hebben inmiddels zóveel geld geïnvesteerd dat de druk toeneemt om er een succesverhaal van te maken. Maar volgens Felienne zit de aantrekkingskracht ook in iets anders: het alternatief is vaak frustrerend. Veel software is zo onhandig ontworpen dat mensen zich machteloos voelen. Dan wordt de verleiding groot om een taalmodel ‘even’ het werk te laten doen. Felienne noemt een collega die afkortingen uit een transcript wilde halen en daarvoor ChatGPT gebruikte, terwijl dat ook met zoeken-en-vervangen of een relatief eenvoudige programmeeroplossing kan.
Maar, zegt Felienne: je kunt die collega dat niet kwalijk nemen. Wanneer mensen weinig digitale basisvaardigheden hebben, of weinig tijd krijgen om een taak uit te voeren, is het niet zo gek dat er wordt gekozen voor de route die het minste mentale gedoe op de korte termijn lijkt op te leveren. Zelfs als die route risico’s heeft: fouten, datalekken, afhankelijkheid, en het langzaam afleren van vakmanschap. Zoals een beginnende journalist die niet meer leert wat een logische verhaallijn is, omdat AI het artikel wel even schrijft.
Minder afhankelijk van big tech: begin kleiner dan je denkt
Het gevolg is dat we steeds vaker ons vertrouwen geven aan de grote en bekende Amerikaanse bedrijven. Om minder afhankelijk te worden van deze dominante technologiereuzen zet Ann bij FNO al concrete stappen: geen WhatsApp maar Signal, een back-up oplossing op Europese servers, en voor AI bewust níet Copilot of ChatGPT, maar een eigen licentie bij de Europese partij Mistral in een besloten setting.
Felienne is nuchter en activerend: ‘Je kunt altijd dingen doen.’ Je hoeft niet direct je hele organisatie om te turnen; begin eens bij jezelf. Bijvoorbeeld door je persoonlijke e-mail te verhuizen: van Gmail of Outlook naar Proton Mail. Het voordeel is niet alleen privacy, maar ook gewenning: als je persoonlijk losser komt van big tech, wordt het makkelijker om het gesprek in je organisatie hierover aan te gaan.
Richting geven in een digitale tijd – lessen uit het gesprek: