Wandelgesprek van Cecilia en Ann

  • Bekijk de video

Verbinding als beleid: samen eten, samen zijn

In de meeste organisaties gaat het over doelstellingen en impact. Voor Cecilia is dat niet anders, maar de middelen om die te bereiken zijn dat wél. Bij haar draait impact ook om iets ogenschijnlijk eenvoudigs: een goed ontbijt, een stukje fruit, een gezamenlijke lunch. Die lunches en het fruit zijn nu mede mogelijk dankzij de subsidie schoolmaaltijden vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). ‘Niet ieder kind maakt gebruik van onze schoolmaaltijden,’ vertelt ze, ‘maar als ze het willen, kunnen ze. En dat geeft een gevoel van verbondenheid. Samen eten, samen zijn.’

De school krijgt daarvoor dus een subsidie – een tijdelijke regeling. ‘Als die wegvalt, is dat echt een gemis. Niet alleen omdat kinderen dan minder toegang tot gezond eten krijgen, maar omdat je iets weghaalt wat hen laat voelen dat ze ertoe doen.’

Cecilia ziet die afhankelijkheid van ‘potjes’ als een realiteit, niet als een beperking. ‘Het is zoeken, maar we hebben ook geluk. Met de lunch, het Jeugdeducatiefonds, met partners in de wijk. Daardoor voelt het niet alsof we tekort komen: we vinden altijd een weg.’

De boeken dicht: ruimte voor wat speelt

Soms betekent richting geven letterlijk de boeken dichtslaan, vertelt Cecilia. ‘Toen er in de wijk een schietpartij was geweest, zag je dat terug bij de kinderen.’ Dan is er voor iedere leerkracht de ruimte om boeken dicht te slaan en eerst in gesprek te gaan. Het klinkt eenvoudig, niet vasthouden aan het plan en ruimte geven aan wat nú belangrijk is. Maar doe het maar eens.

Kinderen ontwikkelen zich bij Cecilia niet alleen op het gebied van rekenen en taal, maar ook in burgerschap en zelfvertrouwen. Op school leren ze emoties herkennen, verwoorden en bespreken. ‘Ze mogen boos zijn, verdrietig, blij. Dat mag allemaal.’ Als ze weten dat ze gezien worden, volgt de ontwikkeling van ieder individu vanzelf.

‘Ieder kind is anders. En ieder kind mag er zijn. Dat is iets wat we de kinderen meegeven. Maar dat is ook hoe wij onszelf gedragen.’ Het is een simpele zin, maar ook een richtingaanwijzer. Waar in veel systemen gelijke kansen betekent dat iedereen hetzelfde krijgt, betekent het bij Cecilia: iedereen wordt gezien in zijn verschil.

Niet harder duwen, maar beter kijken

In het gesprek trekt Ann een parallel met haar eigen rol als bestuurder van FNO. ‘Hoeveel geld je ook hebt, je kunt het maar één keer uitgeven,’ zegt ze. Cecilia vat het nuchter samen: ‘Het gaat om doordachte keuzes maken met je begroting, en soms gewoon even stoppen met rennen, en luisteren.’ Daarmee raakt ze de kern van deze aflevering. Richting geven gaat niet alleen over beleid, maar over aandacht. Haar leiderschap is geworteld in nabijheid: kinderen zien, ouders kennen, collega’s vertrouwen.

Wat in haar klas gebeurt, geldt eigenlijk voor iedereen die richting geeft – in beleid, bestuur of praktijk: echt leiderschap is niet harder duwen, maar beter kijken.

 

Richting geven met schaarste en menselijkheid – lessen uit het gesprek:

  • Richting geven betekent ook ruimte maken voor wat speelt

    Juist als het niet in het plan past.

  • Verbinding is beleid

    Samen eten, samen praten, samen leren. Kleine gewoontes bouwen gemeenschap.

  • Zie de mens, niet de categorie

    Gelijke kansen ontstaan niet uit cijfers, maar uit contact.

  • De wijk waarin je werkt is geen achtergrond

    Het is een richtingaanwijzer.

  • Maak kwetsbaarheid bespreekbaar

    Echte verandering begint bij openheid.

  • Leiderschap is luisteren

    Niet alles weten, maar durven voelen waar het echt om gaat.

Benieuwd naar de andere richtinggevers?