Richting geven betekent ook ruimte maken voor wat speelt
Juist als het niet in het plan past.
Wat doe je als schoolleider wanneer je bouwt op subsidies die zomaar kunnen verdwijnen? In Vlissingen leidt Cecilia van Dongen, directeur van de St. Jozefschool, een basisschool midden in een wijk waar achtergronden en mogelijkheden sterk verschillen. En toch wil Cecilia dat ieder kind zich gezien voelt.
In de derde aflevering van ‘Hoe geef jij richting?’ wandelt Ann Kusters, directeur/bestuurder van FNO Zorg voor kansen, met haar door Vlissingen en praten ze over wat het betekent om richting te geven als geld onzeker is, maar menselijkheid een vast kompas blijft.
Ann Kusters ging in gesprek met Cecilia van Dongen over leiderschap, schaarste en menselijkheid in een diverse wijk.
Voor Cecilia van Dongen is haar school een vanzelfsprekend onderdeel van de wijk. Daarom werkt de St. Jozefschool nauw samen met andere scholen in de omgeving. Niet als concurrenten, maar als bondgenoten. ‘We zien het als onze maatschappelijke opdracht om samen het beste neer te zetten voor de kinderen in de wijk,’ zegt ze. Deze manier van kijken draait niet om profilering, maar om collectieve verantwoordelijkheid: leiderschap dat begint bij zorg voor de ander en verbinding met de omgeving.
Vanuit die overtuiging geeft Cecilia richting. Dát is de lijm die alles bij elkaar houdt – en die je terugziet in concrete keuzes: ruimte om de boeken dicht te slaan als dat nodig is, samen eten als ritueel, open deuren voor ouders en een schoolcultuur waarin ieder kind wordt gezien.
In de meeste organisaties gaat het over doelstellingen en impact. Voor Cecilia is dat niet anders, maar de middelen om die te bereiken zijn dat wél. Bij haar draait impact ook om iets ogenschijnlijk eenvoudigs: een goed ontbijt, een stukje fruit, een gezamenlijke lunch. Die lunches en het fruit zijn nu mede mogelijk dankzij de subsidie schoolmaaltijden vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). ‘Niet ieder kind maakt gebruik van onze schoolmaaltijden,’ vertelt ze, ‘maar als ze het willen, kunnen ze. En dat geeft een gevoel van verbondenheid. Samen eten, samen zijn.’
De school krijgt daarvoor dus een subsidie – een tijdelijke regeling. ‘Als die wegvalt, is dat echt een gemis. Niet alleen omdat kinderen dan minder toegang tot gezond eten krijgen, maar omdat je iets weghaalt wat hen laat voelen dat ze ertoe doen.’
Cecilia ziet die afhankelijkheid van ‘potjes’ als een realiteit, niet als een beperking. ‘Het is zoeken, maar we hebben ook geluk. Met de lunch, het Jeugdeducatiefonds, met partners in de wijk. Daardoor voelt het niet alsof we tekort komen: we vinden altijd een weg.’
Soms betekent richting geven letterlijk de boeken dichtslaan, vertelt Cecilia. ‘Toen er in de wijk een schietpartij was geweest, zag je dat terug bij de kinderen.’ Dan is er voor iedere leerkracht de ruimte om boeken dicht te slaan en eerst in gesprek te gaan. Het klinkt eenvoudig, niet vasthouden aan het plan en ruimte geven aan wat nú belangrijk is. Maar doe het maar eens.
Kinderen ontwikkelen zich bij Cecilia niet alleen op het gebied van rekenen en taal, maar ook in burgerschap en zelfvertrouwen. Op school leren ze emoties herkennen, verwoorden en bespreken. ‘Ze mogen boos zijn, verdrietig, blij. Dat mag allemaal.’ Als ze weten dat ze gezien worden, volgt de ontwikkeling van ieder individu vanzelf.
‘Ieder kind is anders. En ieder kind mag er zijn. Dat is iets wat we de kinderen meegeven. Maar dat is ook hoe wij onszelf gedragen.’ Het is een simpele zin, maar ook een richtingaanwijzer. Waar in veel systemen gelijke kansen betekent dat iedereen hetzelfde krijgt, betekent het bij Cecilia: iedereen wordt gezien in zijn verschil.
In het gesprek trekt Ann een parallel met haar eigen rol als bestuurder van FNO. ‘Hoeveel geld je ook hebt, je kunt het maar één keer uitgeven,’ zegt ze. Cecilia vat het nuchter samen: ‘Het gaat om doordachte keuzes maken met je begroting, en soms gewoon even stoppen met rennen, en luisteren.’ Daarmee raakt ze de kern van deze aflevering. Richting geven gaat niet alleen over beleid, maar over aandacht. Haar leiderschap is geworteld in nabijheid: kinderen zien, ouders kennen, collega’s vertrouwen.
Wat in haar klas gebeurt, geldt eigenlijk voor iedereen die richting geeft – in beleid, bestuur of praktijk: echt leiderschap is niet harder duwen, maar beter kijken.
Benieuwd naar de andere richtinggevers?