Transitie in zorg bij jongeren met diabetes kan beter

Als jongeren 18 worden, verandert er veel. Ook met betrekking tot zorgverlening. De jongeren met een chronische aandoening maken dan namelijk de overstap naar volwassenenzorg. Dit verloopt niet altijd soepel, ook niet bij jongeren met diabetes. Er zijn verbeteringen nodig om de overgang van kinderzorg naar de interne geneeskunde bij jongeren met diabetes type 1 beter te laten verlopen.

Dat blijkt uit twee raadplegingen onder 384 jongeren en 156 professionals uit de diabeteszorg. Jongeren die al zijn overgestapt geven het transitieproces gemiddeld een 6,9; 1 op de 7 scoort zelfs een onvoldoende. De verschillen tussen interne geneeskunde en kinderzorg zijn groot; de voorbereiding en samenwerking kan beter. Drie kwart van de jongeren vindt het moment van transfer goed, maar ze willen meer aandacht voor psychosociale onderwerpen tijdens de consulten – zowel bij de zorg voor kinderen als bij volwassenen. Ook de vooruitzichten en de toekomst met diabetes komen te weinig aan bod. Toch hebben jongeren evenveel vertrouwen in de zorgverleners bij de zorg voor volwassenen als voor kinderen. Professionals rapporteren dat essentiële interventies voor transitiezorg zoals een transitiepolikliniek, transitiecoördinator, transitieplan, en multidisciplinair overleg rond transfer in de meeste instellingen afwezig zijn. Matige therapietrouw en no-show bij consulten zijn zorgpunten. Hoogste prioriteit heeft volgens professionals het realiseren van passende financiering voor transitiezorg. Het onderzoeks- en verbeterprogramma Betere Transitie bij Diabetes werkt aan de evaluatie, verspreiding en invoering van interventies. FNO,  financier van dit onderzoek, ondersteunt met het programma Zorg én Perspectief de lobby voor meer aandacht voor jongeren met chronische aandoeningen die tussen wal en schip dreigen te vallen door middel van het Tien Punten Programma Betere Transitie in Zorg. Lees hier de factsheet met de onderzoeksresultaten.