Marjo van Hal en Meike Los: gezonder leven in Crooswijk en Bloemhof

Home Gezonde Toekomst Dichterbij Marjo van Hal en Meike Los: gezonder leven in Crooswijk en Bloemhof

Marjo van Hal en Meike Los, projectleiders bij Samen Gezond Eten en Bewegen in Rotterdam

 

Marjo van Hal en Meike Los hebben in twee wijken in Rotterdam: Crooswijk en Bloemhof, vrouwen-community’s opgebouwd vanuit een cursus gezonde leefstijl, gezonder eten en meer bewegen.

 

Een deel van de vrouwen hebben we opgeleid om zelf deze cursus te geven aan hun achterban. Hen noemen we ervaringsdeskundigen.

Meike: ‘Deelnemers zijn vrouwen uit de lage SES-doelgroep. De cursus die zij volgen duurt acht weken. In deze weken worden de vrouwen begeleid door een fysiotherapeut en een diëtist, die ze alle kneepjes bijbrengen van gezonde voeding en bewegen.’

 

Marjo: ‘Het is een bestaande cursus, een interventie die we al hadden ontwikkeld.’

 

Meike: ‘Een deel van de vrouwen hebben we opgeleid om zelf deze cursus te geven aan hun achterban. Hen noemen we ervaringsdeskundigen. Eerst volgen zij de cursus zelf. In de volgende acht weken geven de vrouwen de cursus aan elkaar, met nog steeds volledige ondersteuning. In de derde fase, de laatste acht weken, geven ze les aan hun eigen deelnemers en zijn de fysiotherapeut en diëtist alleen aanwezig op de achtergrond.’

 

Marjo: ‘De vrouwen die niet doorgaan naar de cursus voor ervaringsdeskundigen proberen we onder te brengen bij een activiteit die beter bij ze past. Bijvoorbeeld een sportactiviteit of een taalcursus. Veel groepen zijn ook blijven bestaan. Dus een deel van de vrouwen blijft komen als deelnemer.’

Het duurt wel even voordat je overal bekend bent en voordat mensen het nut zien van de interventie.

Onze communitybuilders zijn heel belangrijk.

Twee community’s en een netwerk

 

Meike: ‘Onze communitybuilders zijn heel belangrijk. Deze twee dames begeleiden de ervaringsdeskundigen gedurende de hele periode. Ze nemen de organisatie op zich, onderhouden netwerken en zorgen voor de werving.’

 

Marjo: ‘We hebben twee community’s opgebouwd, maar ook een netwerk van partijen: welzijnsorganisaties, zorgprofessionals, de gemeente en gemeentelijke instellingen, die de vrouwen verder kunnen begeleiden. Binnen de wijken hebben we ook netwerken opgebouwd van partijen die we kunnen inschakelen.

Het is belangrijk dat we een aantal jaren de tijd hebben gekregen om dit op te bouwen. Het duurt wel even voordat je overal bekend bent en voordat mensen het nut zien van de interventie. Het vliegwieleffect: daarna gaat het echt draaien.’

De meeste vrouwen in de groep spreken niet vloeiend Nederlands en je kunt toch best veel aan elkaar duidelijk maken.

Een grote afstand tot vrijwilligerswerk

 

Meike: ‘We hebben met name geworven vanuit de Taskforce Tegenprestatie en de welzijnspartijen die de aanbesteding hadden gekregen voor ‘naar vrijwilligerswerk toe leiden’. De vrouwen kregen de ruimte om na de basiscursus —als vrijwilligerswerk— ervaringsdeskundige te worden. Ze hoefden dan geen ander vrijwilligerswerk te doen.

Het zijn allemaal vrouwen met een grote afstand tot werk, ook zelfs met een grote afstand tot vrijwilligerswerk. Ze hebben veel lichamelijke en psychische klachten en ook op andere gebieden veel problemen; binnen het gezin, schuld- of taalproblematiek.

Heel veel vrouwen vinden zichzelf niet veel waard en niet goed genoeg om dingen te doen voor anderen. Dat is iets waarop ik me heb verkeken. Ik dacht: deze vrouwen willen misschien helemaal geen vrijwilligerswerk doen, omdat ze vinden dat ze betaald werk zouden moeten vinden. Maar dat was dus absoluut niet zo. Velen denken: ik ben niet goed genoeg en ik ben de taal niet machtig. Dat valt natuurlijk mee, want de meeste vrouwen in de groep spreken niet vloeiend Nederlands en je kunt toch best veel aan elkaar duidelijk maken.’

Ze staan met z’n tweeën of drieën voor een groep. Ze voelen zich dan sterker.

Het was echt een grote stap voor de meesten.

Dóen en luisteren en dóen

 

Marjo: ‘We hadden een heel mooie map ontwikkeld waar alle lessen in uitgewerkt stonden en waarin de deelnemers thuis konden schrijven en dingen bijhouden. Dat bleek echt te lastig. Heeft met de taal te maken, maar ook met het niet gewend zijn.’

 

Meike: ‘We hadden ook bedacht dat we met drie professionals zouden werken: een fysiotherapeut, een diëtist en een coach. De coach zou de vrouwen aanleren: hoe ga je nou hetzelfde als de fysiotherapeut en de diëtist overbrengen op je eigen groep? Dat bleken al snel te veel professionals te zijn. We hebben toen gewoon de fysiotherapeut haar stuk laten coachen en de diëtist haar stuk. Dat was een stuk duidelijker en je hoeft ook niet een uur extra te zitten. Bij deze vrouwen werkt het ook niet om te zitten en luisteren; ze willen dóen en luisteren en dan weer dóen.

Voor een groep staan en mensen in beweging krijgen is best wel eng. Dat vond ikzelf ook ooit als beginnende fysiotherapeut. Deze vrouwen hebben helemaal geen zorg- of beweegachtergrond. Het was echt een grote stap voor de meesten.

We hadden bedacht dat als we tien ervaringsdeskundigen opleiden, we ook tien nieuwe groepen zouden kunnen laten starten. We hebben onszelf rijk gerekend in de aantallen: als je er tien opleidt, kunnen er ongeveer drie nieuwe groepen starten, want ze staan met z’n tweeën of drieën voor een groep. Zo’n groep is groot. Da’s een. Maar ook de complexiteit van de problematiek van de cursisten vergt dat je er samen staat. Ze voelen zich dan sterker.’

Het belangrijkste resultaat van het project is dat de ervaren gezondheid van deze vrouwen is toegenomen.

Elkaar versterken

 

Marjo: ‘De community is heel belangrijk in het geheel, want de vrouwen vormen een groep met elkaar waarin ze elkaar versterken en meer durven.’

 

Meike: ‘Ze hebben ook contact via Whatsapp, of ze wel of niet komen naar de groep, wat er aan de hand is. Ze zijn betrokken bij wat er gebeurt in de gezinnen, maar ook bij de lichamelijke of psychische toestand van iemand.

Je ziet dat er meer sociale contacten zijn onderling, maar ook dat ze meer contacten krijgen met bijvoorbeeld buren. Die ervaringsdeskundigen staan steeds voor een nieuwe groep mensen, dus die krijgen helemaal veel contacten.’

 

Ervaren gezondheid

 

Meike: ‘Het belangrijkste resultaat van het project is dat de ervaren gezondheid van deze vrouwen is toegenomen. Dat was waar we voor zijn begonnen en de effectiviteit is bewezen. Ze zijn fitter geworden. Ze bewegen meer met elkaar, maar ook alleen. Ze zijn afgevallen en ze hebben minder problemen met activiteiten in het dagelijks leven.

Het effect op de gezinsleden hebben we niet onderzocht, maar wat we wel weten is dat deelnemers nu etiketten kunnen lezen en die kennis ook gebruiken voor hun kinderen. Ook met frisdranken: in Rotterdam is Fernandes hot, maar die wordt niet meer gedronken! Ze hebben ook begrepen dat het ontbijt hartstikke belangrijk is. Dat is waarom we hebben ingezet op de vrouw. Omdat de vrouw, zeker in de lage SES-doelgroep degene is die bepaalt wat er op tafel komt en wat er ingekocht wordt.’

 

Marjo: ‘Een grappig voorbeeld: sommige vrouwen doen gezamenlijk nevenactiviteiten en op een gegeven moment zouden ze voor een groep van de gemeente hapjes en drankjes verzorgen. De gemeente wilde dat er ook cola en sinas werd geschonken. Nou dat was no way bij de dames, dat kon niet, haha!’

De gemeente wilde dat er ook cola en sinas werd geschonken. Nou dat was no way bij de dames!

Waar we ons op hebben verkeken is de wirwar van gemeentelijke afdelingen die we hebben geprobeerd te betrekken.

Complexiteit van de borging

 

Meike: ‘Waar we ons op hebben verkeken is de wirwar van gemeentelijke afdelingen die we hebben geprobeerd te betrekken. Rotterdam is natuurlijk heel groot en er waren ook legio wisselingen in contactpersonen, waardoor het echt een heel karwei is.’

 

Marjo: ‘Dat is ook wel de complexiteit van een grote gemeente als Rotterdam, waar je met een centraal orgaan te maken hebt en met deelgebieden. De uiteindelijke, met name financiële, beslissingen worden centraal genomen. En die schakel is lastig, is politiek. Daar lopen we nog wel eens —nog steeds— tegen muren op bij de borging.’

Tips

 

Meike:

1. ‘Zorg niet alleen voor contacten met de gemeente, maar maak vanaf het begin al afspraken op papier: welk commitment heeft de gemeente? Wat kan elke afdeling bieden? Dat je er samen voor gaat.’

2. ‘Het mooie van FNO is dat we een aantal jaren de tijd hebt gekregen om er iets van te maken. Als je projectleider bent met een zelfde project moet je echt zorgen dat je voldoende tijd krijgt van je subsidieverstrekker.’

 

Marjo:

1. ‘Waar ik het meest trots op ben is wat de vrouwen op persoonlijk gebied bereikt hebben en dat ze beseffen dat ze dat kunnen. Dat is echt leuk om te zien. Als projectleider moet je bezig zijn met het overstijgende gedeelte, maar ook de vinger aan de pols houden bij het project zelf, bij de praktische uitvoering. Je weet dan precies waar je voor gaat.’

 

Meike: ‘Daar doe je het voor!’

We willen blijven leren van wat er in de wijken gebeurt.

We willen dat onze interventie als bewezen effectief wordt opgenomen in Loketgezondleven.

Bewezen effectieve interventie

 

Meike: ‘Wat wij willen bereiken met de extra financiële impuls die we hebben aangevraagd, is dat onze interventie wordt opgenomen in Loketgezondleven.nl van het RIVM. En dan het liefst als bewezen effectieve interventie. Daarmee zouden we meer financiers kunnen trekken. Dan zeg ik echt zóuden hoor, maar soms moet je gewoon hopen dat het goed komt.

Gemeentes en zorgverzekeraars staan wel open voor financiering, maar eigenlijk alleen als iets bewezen effectief is. Wat ik ook begrijp, maar het is niet zo makkelijk je interventie te laten goedkeuren door het RIVM. Dat is een groot karwei, waarbij je theorieën, modellen en een goede onderbouwing moet hebben. En dat bij een interventie, die al bewezen effectief ís bevonden door twee onderzoekspartijen.

De rest van onze tijd willen we inzetten voor wat wij denken dat de juiste weg is bij de borging: een samenwerking tussen de gemeente en zorgverzekeraars. De gemeente, omdat het de inwoners van Rotterdam zijn die gezonder moeten worden. Een zorgverzekeraar omdat het om een preventie-interventie gaat met betrekking tot gezondheid.’

 

Doorgaan en uitbreiden

 

Marjo: ‘We richten ons nu op twee wijken, maar als we meer geld zouden hebben, zouden we dit project ook naar andere wijken willen uitbreiden, in Rotterdam of zelfs buiten Rotterdam. Dat past ook in het beleid van Rotterdam: de gemeente wil eigenlijk alleen interventies die Rotterdam-breed in te zetten zijn.

We hebben inmiddels heel veel geleerd, dus het kan sneller en met minder kosten. Maar het heeft ook zijn tijd nodig en elke wijk is anders. Dat hebben we geleerd van de twee wijken. En we willen blijven leren van wat er in de wijken gebeurt. We willen de interventie voortdurend verbeteren.’

 

Meike: ‘Ons idee was: in Crooswijk en Bloemhof zetten we iets op, dat doen we drieënhalf jaar, dan hebben we een communitybuilder en het hele netwerk staat en dan kunnen wij ertussenuit. Dat blijkt ook zo te zijn: wij hoeven er niks meer aan te doen!

Behalve zorgen voor de financiering na 1 januari. Dat is een grote kluif, maar die groepen blijven nu gewoon doorgaan, de vrouwen blijven komen, de werving is geregeld, ze worden ondersteund.’

Een kijkje in de keuken – van projectleiders voor projectleiders

In deze serie laten we projectleiders aan het woord. Zij vertellen over hun project, hun ervaringen en uitdagingen. Het zijn persoonlijke verhalen, vol met leermomenten, inzichten en praktische tips.

FNO stimuleert projecten met financiering én door het samenbrengen van partijen en het verzamelen en delen van kennis.

Wil jij ook een kijkje geven in jouw keuken? Laat het ons weten!

 

Fotografie: Titia Hahne

Meer over Gezonde Toekomst Dichterbij