Voor Malcolm (28) was zijn tijd in de jeugdinrichting op een bepaalde manier een opluchting. ‘Veel jongens raken daar down; ze zijn ver weg van hun familie en vrienden, vertrouwen hulpverleners niet. Maar ik kon daar eindelijk weer even kind zijn.’

Gediscrimineerd

Dat hij als tiener in de criminaliteit terechtkwam, lag niet in de lijn der verwachting. ‘Ik kom uit een goed gezin,’ vertelt Malcolm. ‘Maar er speelden andere factoren die zorgden dat ik afgleed. Op de basisschool werd ik veel gediscrimineerd, vooral door leraren. Dat gaf me het gevoel dat ik volwassenen niet kon vertrouwen. Als ik dat thuis vertelde dachten ze dat ik overdreef.’

Hulp accepteren

Als tiener kwam Malcolm in aanraking met een groep oudere jongens die hem met open armen ontving. ‘Ze blowden veel, deden illegale dingen. Maar ze zagen me, ze gaven me de erkenning die ik nodig had.’ Uiteindelijk werd hij opgepakt en zat van zijn zeventiende tot zijn twintigste in een jeugdinrichting. ‘Daar heb ik leren kijken naar wie ik ben en wat ik wil met mijn leven. Ik kon al snel hulp accepteren, wilde ook weer naar school. In de groep waarmee ik omging heerste de mentaliteit: school is niks voor ons, we krijgen toch nooit een baan. Terwijl ik dat wel wilde.’

Uit een boekje

Een medewerker van de jeugdinrichting waar hij zat werkte bij de organisatie Young in Prison (YiP). Malcolm: ‘Ze waren op zoek naar ervaringsdeskundigen om mee te werken aan een documentaire over wat beter kan in de jeugdzorg. Toen ik vrij kwam moest zij aan mij denken.’ Na deelname aan de documentaire ging Malcolm via YiP trainingen geven aan forensisch professionals, zoals medewerkers van het Openbaar Ministerie, politie en reclassering. ‘In hun opleiding leren ze alles uit een boekje, maar spreken ze weinig ervaringsdeskundigen. Je kan de regels en procedures leren, maar je weet niet hoe het voelt voor zo’n jongere om niet te weten hoe lang je in zo’n inrichting moet blijven, of hoe het met je familie gaat. Die waardevolle les kunnen wij geven.’

Het ‘waarom’

Dat geldt ook voor Malcolms werk bij Team GeestKracht. ‘Ik wil meegeven dat je altijd naar de persoon moet kijken. Bijvoorbeeld, wanneer de reclassering jou als cliënt krijgt, schrijven ze een advies op basis van je dossier. Mijn rechtszaak was pas na twee jaar. Ik had in de tussentijd al lang hulp geaccepteerd, bij mij was die knop al om. Je moet je dus niet blindstaren op een dossier. En wat ik ook belangrijk vind is om je niet te richten op wat iemand precies heeft gedaan, maar op: wat maakte dat dat voelde als de enige uitweg? Het “waarom”, daar gaat het om.’

'Ik wil meegeven dat je altijd naar de persoon moet kijken. Je moet je niet blindstaren op een dossier.'